Hoofdtekst
In mijn vrouwe haren thuis toverdegen ’t ook gewellig; daar hadden ze ook bij de paters geweest naar Afflighem; en de pater kwamp daar toe, en ze moesten die pater in den oven steken hé, en zo lang als hij riep, die pater en mochten ze niet opendoen. En als hij nimmer en riep, dan mochten ze opendoen. En die pater had zo al een half ure tegen ’t kwaad gevochten, en daarmee deden ze de deure open, en de pater lag dood, hele gans kapot gekrabd in zijn gezichte en zijn kleren kapotgetrokken. Den dien had er hem voren g’offerd om ’t kwaad doen weg te gaan hein.
Beschrijving
In een betoverd huis liet men de paters van Affligem komen. Een pater kroop in de oven en gaf de mensen de opdracht om de deur gesloten te houden tot ze de pater niet meer hoorden roepen. Toen het stil werd en men de oven openmaakte, was de pater dood. Zijn kleren waren in stukken getrokken en zijn huid was opengekrabd. Hij had zichzelf opgeofferd in de strijd tegen het kwaad.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (denderstreek)
659
Echtgenote van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
paters van Affligem   
Affligem (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Sint-Antelinks   
Plaats van Handelen
Affligem   
