Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MVAND0128_0128_33168

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

Meetjen Mol de die heeft mijn zuster haar kind betoverd: g’en moogt aan die toveressen niet geven hein, maar mijn moeder had haar ne keer soepe gegeven en ze gaf dat kind ne moel (kus) en dat kind had dat zitten alhoewel dat er zout in de soepe was! En om mijn vader ’t overtuigen dat ze niet en misdeed smeet ze op zijne kop en ze zei: “Smijt hoger, dan en kan ik u niet doen.” En ze gingen naar Affligem, maar de paters zeien dat ze te lang gewacht hadden, “om negen uren zal dat kind sterven”, hadden ze gezeid, en ’t was azo.

Beschrijving

Een moeder had haar kind soep naar een bepaalde vrouw laten brengen, waarop het kind een kus van die vrouw had gekregen. Daarna was het kind betoverd, niettegenstaande het feit dat er zout in de soep was. De vader ging naar de vrouw, maar die wilde haar onschuld aantonen door te zeggen: “Sla hoger dan ik, dan kan ik je niets doen”. Men ging met het kind naar de paters van Affligem, maar die zeiden: “Het kind zal sterven, want jullie hebben al te lang gewacht”. Het kind is ook werkelijk gestorven.

Bron

M. Van Der Linden, Leuven, 1964

Commentaar

2.1 Heksen
oost-vlaams (denderstreek)
320
Kind van de zus van de informant
fabulaat

Naam Overig in Tekst

paters van Affligem    paters van Affligem   

Affligem (paters van)    Affligem (paters van)   

Naam Locatie in Tekst

Schendelbeke    Schendelbeke   

Plaats van Handelen

Affligem    Affligem