Hoofdtekst
E zeemarminne, da’s e vromens me schoon bloend haor. ’t is een die neur gezien et en ze roeiden om derbie te geraken. Ze zwom op neur rik (op haar rug), en neur aor (haar) da treef dao zo schoëne in ’t waoter. Van on ze naor kwaamn dervan, “iet” zei ze, en ze was weg. Da was hier buten de Westhinder, si.
Onderwerp
SINSAG 0045 - Andere Sagen von Meerweibern   
Beschrijving
Enkele vissers probeerden buiten de Westhinder met een roeiboot in de buurt van een zeemeermin te komen. De meermin dreef op haar rug op het water en had lange blonde haren. Toen de vissers dichterbij kwamen, slaakte de meermin een gil en verdween.
Bron
S. Van Bael - Lehouck, Leuven, 1969
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (bachten de kupe)
30
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Adinkerke   
Plaats van Handelen
Westhinder   
