Hoofdtekst
Ene nonk van mij heeft dat diks (dikwijls) gezien. Als het schoon weer waer dan gongen ze do bo (waar) de wijsvrouw (vroedvrouw) nu woont. Do woren weiden en die woren afgesloten met grachten. En als ze ene tijd op die grachten gezeten hadden dan kwam dat lampke en gong voor hen uit. Dat noemden ze ''t lempke'.
Beschrijving
Een man die op een mooie dag bij het huis van de vroedvrouw vertoefde, zag een dwaallichtje uit de grachten komen.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (bilzen)
24
Oom van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Veldwezelt   
