Hoofdtekst
L.V.: De kaarteridder had zijn ziel verkocht aan de duivel.X: De kaartridder?L.V.: Ja! De kaarteridder was een grote ridder en die had veel verkwist met te ronselen (geld verkwisten) - hoe zal ik het zeggen?X: Uit te geven?L.V.: Ja, natuurlijk, uitgeven, maar zogenomen loten kopen. Als ik dat win, ben ik schatrijk hé. Zo’n dingen. En die had zoveel loten gekocht, zodat hij bijna niets meer had. En toen wist hij niet meer wat te doen. En toen verscheen er een mens en die zeil “Dan moet ge uw ziel maar verkopen.” “Ja, zal ik dan geld genoeg hebben? En hoeveel jaren heb ik dan nog te leven?” “Ja, niet langer dan vijfentwintig jaar.” Langer duurde dat niet.En toen die vijfentwintig jaren om waren, toen had hij zijn ziel verkocht aan de duivel. En daar dacht hij altijd aan als hij alleen was. En die reed veel te paard, ja, een ridder altijd vroegere jaren hé. En als hij dan op zijn paard zat... Maar dit had hij altijd gedaan: alle zaterdagen een kaars laten branden voor Onze-Lieve-Vrouw. En dan bleef hij daar vijf minuten op zijn knieën zitten bij die Lieve-Vrouw. En als hij op zijn paard zat en hij kwam op de plaats waar hij zijn ziel verkocht had, dan was hij altijd wanhopig. En als hij dan omkeek, zag hij altijd een vrouw achter op zijn paard zitten. En toen zijn tijd om was, ging hij met zijn paard naar die plaats toe, omdat hij zijn ziel daar verkocht had hé. En toen had hij daar al een half uur gestaan met die vrouw, die zat ook achter op zijn paard. “Hoe is het, komt ge nu niet voor mijn ziel?” zei hij. “Ik heb hier al een half uur gestaan en ik was op het afgesproken tijdstip gekomen.” “Als ge die vrouw, achter op uw paard, er afzet, dan zullen we komen, maar eerder kunnen we niet.”“Oh” zegde hij. “Dat zal Onze-Lieve-Vrouw wel zijn. Dan ben ik gered!” zei hij.Dat was de kaarteridder.
Onderwerp
SINSAG 0863 - Der Teufelsvertrag zurückgegeben.
  
Beschrijving
Een kaartridder was door gokspelletjes veel geld kwijtgeraakt. Omdat de ridder wanhopig was, sloot hij een pact met de duivel die vijfentwintig jaar later zijn ziel zou komen halen. Heel zijn leven lang ging de ridder iedere zaterdag een kaars offeren bij Onze-Lieve-Vrouw. Toen de ridder vijfentwintig jaar later te paard naar de plaats reed, waar de duivel zou verschijnen, bemerkte hij achter op zijn paard een vrouw. Omdat de ridder al een half uur tevergeefs op de duivel had staan wachten, vroeg hij: "Wel, kom je mijn ziel nu niet halen?" Daarop antwoordde de duivel: "Als je die vrouw die achter op je paard zit, op de grond zet, dan zullen we komen, maar eerder kunnen we niet". De kaartridder realiseerde zich dat Onze-Lieve-Vrouw met hem was meegereden om hem te redden.
Bron
K. Abrahams, Leuven, 1986
Commentaar
3.1 Duivels
limburgs (eksel)
6.1
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Onze Lieve Vrouw   
Naam Locatie in Tekst
Eksel   
