Hoofdtekst
Kludde plaagt de poorder.Van Extergem da was nen a visser, ne poorder van beroep, nou was hem gaan poren en hij ontmoette kludde.“Zê je daar Van Extergem?”“Ja, maar ge moe mij zuë nie ambeteren as ik hier aan ’t poren ben, laat mij wa gerust.”Hij dee da nie, hij kroop in Van Extergem zijn kujip en hij zat da maar van zijn uëren te maken, te wiggelen en te waggelen, dat die paling ne miër kwam bijten.“Da ge daar bij diën andere vriend ne kiër gink, da zit da nog iëne om te poren.”“Nië, ‘k zal ten meiren bij diën gaan.”Van d’onnuëzelheid da Kludde uitstak moest die man uitschiën me poren en naar huis gaan. Maar in de plaats van bij diën anderen te gaan kroop Kludde in Van Extergem zijn kuip en hij moest hem dragen. En as hem van veure aan d’huizen gekommen was, zei hem tegen Van Extergem: “Alla! Van Extergem, salut zelle, en wanniër komde meiren terug?”- “Ja, dat weet ik niet.”Da was al.
Onderwerp
SINSAG 0252 - Plagegeist lässt sich tragen   
Beschrijving
Een oude visser die paling ging vangen, zag Kludde aankomen. Kludde kroop in de kuip van de visser. Daarna kon de man geen paling meer vangen, waardoor hij noodgedwongen naar huis ging. Op zijn weg naar huis moest hij Kludde dragen.
Bron
V. Van Onsem, Leuven, 1967
Commentaar
1.1 Watergeesten
oost-vlaams (waasland en dendermonde)
3
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Appels   
