Hoofdtekst
Beschrijving
Het gehucht Embeek lag aan de voet van een heuvel. Die heuvel werd bewoond door kleine wezentjes die in de bossen op de hellingen vertoefden. De mensen noemden die wezens 'meerminnekes', hoewel niemand hen ooit had gezien. Toen een boer op zijn veld aan het werk was, riepen de meerminnekes: "Boer, wil je geen koekje?" De boer schudde zijn hoofd en werkte voort. Even later herhaalden de meerminnekes hun vraag, waarop de boer een koekje aanvaardde en het aan zijn hond gaf. De hond at het koekje op en viel dood.
Bron
A. Vanden Herrewegen, Leuven, 1975
Commentaar
1.2 Aardgeesten
oost-vlaams (grens met brabant en henegouwen)
68C
Grootmoeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Viane   
Plaats van Handelen
Embeek   
