Hoofdtekst
Der wos ne keer een Sidonie Driessens die heure man gienk goan hoalen no "De Gaapaard", nen café en je wilde niet meekomen. En ze ging were weg en olmetnekeer stond er achter heur ne groten hond die uutsproenk uut Couckens dreve. En z’heet zodanig verschoten dat ze nooit meer goed geworden is: z’is nooit gene mins meer geweest. En z’heen ze ton noar ’t manhuus (ouderlingentehuis) gebrocht.
Beschrijving
Een vrouw ging haar man halen in een café. De man wilde echter niet met haar meegaan, waardoor de vrouw alleen terug naar huis moest. Onderweg zag de vrouw een grote hond achter zich. De vrouw was daarvan zo geschrokken dat ze niet meer gezond is geweest. Men heeft de vrouw naar een tehuis moeten brengen.
Bron
H. Van Wassenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (groot-roeselare)
77
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ardooie   
