Hoofdtekst
’t Wos daar ne vent die naar Beselare kwam dikkens en je kwam wok dikkels naar oezens. Maar moeder zei olsan gaat er niet te dichte bij, want ’t is ne tovenare, en we mochten nooit niet aanvaarden dervan, en we mochten hem wok nooit geen strooi in de weg leggen, je koste hem toveren, min moeder hèd dikwijls verteld. Van oetie de kaarten up tafel smeet, je koste piekezot (schuppenboer) doen dansen up den tafel.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
In Beselare kwam vaak een man die ervan werd verdacht een tovenaar te zijn. Een moeder raadde haar kinderen aan nooit dicht bij die man in de buurt te komen en nooit iets van hem aan te nemen. Ze mochten de tovenaar ook nooit stro in de weg leggen.
Wanneer de tovenaar aan het kaarten was, kon hij de schoppenboer op tafel laten dansen.
Wanneer de tovenaar aan het kaarten was, kon hij de schoppenboer op tafel laten dansen.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (ieper)
300
Kindertijd van de informant
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Beselare   
Plaats van Handelen
Beselare   
