Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

HVANW0083_0083_26239

Een sage (mondeling), 1967

Hoofdtekst

Der was een menage van nen man, een vrouwe, en een meisje van een joar of 14. Z’hadden moar één kind. Voader ging ne keer wandelen met zijn dochter. Ze kwamen langst een korenveld en de voader zei: zie ne keer wuk een schone tarwe. En dat meisje zegt: als ekik zou willen zou dat zuk geen schone tarwe zijn. En ’t wos een meisje van een jaar of veertiene. En ze zei tegen heur vader: trek ne keer nen halm af.En je dei dat, en ’t was zuiver grimte.En toen zei de voader: verandert dat nu were ne keer, en ze dei het. En de voader vroeg: aan wien heej gij dat geleerd? Wel, zei ze, aan moeder. En je wos ol vijftien joar met een toveresse getrouwd en je wiste ’t niet.

Beschrijving

Een man ging met zijn veertienjarige dochter wandelen langs een korenveld. De vader sprak tot het kind: "Kijk eens wat voor mooie tarwe", waarop het dochtertje antwoordde: "Als ik zou willen, dan zou dat geen mooie tarwe meer zijn. Trek eens een halm uit". De vader hield een korenhalm vast, die door grimte (1) was aangetast. Daarop zei de vader: "Verander dat koren eens opnieuw", en het meisje deed het. Toen de man vroeg van wie zijn dochter dat had geleerd, antwoordde het meisje: "Van moeder". De man was al vijftien jaar met een toveres getrouwd en hij wist het niet.

Bron

H. Van Wassenhove, Leuven, 1967

Commentaar

2.1 Heksen
west-vlaams (groot-roeselare)
201
fabulaat
(1) grimte: ziekte in het graan, die de meelbloem in zwart stof verandert.

Naam Locatie in Tekst

Ledegem    Ledegem