Hoofdtekst
Ons tante Lanie moest voor een komissie gaan met een vriendin. Dat vramens waar dat ze waren vertelde dat ze zoveel last hadden met ulder kindje. Als ze ’s avonds die kleerkens uit deden, ’s morgens waren ze weg. Ze deden zij ook de wacht. Dat was een rat. Ze snapte de kleerkens en sleepte ze achter de kas. Ze hebben ze daar allemaal weergevonden.
Beschrijving
Een vrouw had veel problemen met haar kind. Wanneer ze het kind ’s avonds had uitgekleed, waren de kleertjes ’s ochtends verdwenen. Toen men op een dag de wacht hield in het huis, zag men een rat lopen, die de kleertjes achter de kast trok.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
340
Tante van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nukerke   
