Hoofdtekst
Dat was eene man, en die had graag een huis gehad, en hij had geen centen. En de duvel kwam noa hem toe, en die zei: 'as zje mich oer (= uw) ziel verkoop(t), dan bouw ich oech (= U) een huis, mè het moet gereed zijn ee(r) den haan zing(t).' 's Avonds deed de man niks as in en uit lopen, hij deed gee(n) goed, kom!... en dat huis avanceerde (= de bouw vorderde)... en zijn vrouw vroeg hem wat er had. 'Och, zeiter, dat huis is bekans klaar, het moet rech(t) staan voordat den haan kraait, en dan komt de duvel mich halen, ich heb mijn ziel verkoch(t).' 'Wach maar!' zei zijn vrouw toen, en doa was maar ee(n) koet (= gat) mee in 't dak toe te maken... de vrouw ging gauw de polder op, ze klatste (= klapte) in haar haan (= handen) ze ze (sic) kraaide wei enen haon, en toen liepen de duvele allemaal voert, en het koet staat nog in 't dak, ze hebben het nooit mee(r) kunnen toemaken.
Onderwerp
SINSAG 0853 - Die unvollendete Scheune: Teufel von nachgeahmtem Hahnenschrei überrascht.   
Beschrijving
Een man die geen geld had om een huis te bouwen, verkocht zijn ziel aan de duivel. De duivel zou 's nachts voor de man een huis bouwen, dat klaar zou zijn vooraleer de haan 's ochtends kraaide. Als de duivel daarin slaagde, kreeg hij de ziel van de man. Toen de man 's nachts de ijverige duiveltjes zag werken, werd hij bang en biechtte alles op aan zijn vrouw. "Wacht maar!", antwoordde de vrouw. Daarop ging ze naar boven, opende een raam en bootste hanengekraai na. Het volgende ogenblik waren de duiveltjes allemaal verdwenen. In het dak van het huis was nog een gat dat moest worden dichtgemaakt. De man is er echter nooit in geslaagd om dat dicht te maken.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
3.1 Duivels
limburgs (tongeren en omstreken)
1066
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vreren   
