Hoofdtekst
Beschrijving
Op de Grote Rotweg vertoefden vaak farceurs die met een laken over hun hoofd pledde speelden om de mensen bang te maken.
Een man die ’s avonds terugkwam van het station van Gelrode wilde wel eens weten of het in het Gelrodeveld spookte. Bij een eikenboom hoorde de man plots een gebel. Hij gooide met een steen naar de plaats vanwaar het geluid kwam. Er bleek een hond te zitten.
Een vrouw woonde in een huis dat in een put was gebouwd, waardoor het makkelijk was om op het dak van dat huis te klimmen. Op een dag was de vrouw in dat huis soep aan het koken. Intussen waren enkele kwajongens op het dak gekropen. Telkens wanneer de vrouw het deksel van de kookpot nam, lieten de jongens wortels in de soep vallen.
Een man die ’s avonds terugkwam van het station van Gelrode wilde wel eens weten of het in het Gelrodeveld spookte. Bij een eikenboom hoorde de man plots een gebel. Hij gooide met een steen naar de plaats vanwaar het geluid kwam. Er bleek een hond te zitten.
Een vrouw woonde in een huis dat in een put was gebouwd, waardoor het makkelijk was om op het dak van dat huis te klimmen. Op een dag was de vrouw in dat huis soep aan het koken. Intussen waren enkele kwajongens op het dak gekropen. Telkens wanneer de vrouw het deksel van de kookpot nam, lieten de jongens wortels in de soep vallen.
Bron
A. Schoolmeesters, Leuven, 1977
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
brabants (nieuwrode en omstreken)
28A
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nieuwrode   
Plaats van Handelen
Gelrodeveld   
Gelrode   
Grote Rotweg   
