Hoofdtekst
De Roomannekes hen hier ook geweest. Ot (als) er een dondervlage kwam gebeurdiget (gebeurde het) danze (dat ze) de roomannekes aanriepen onze (als ze) nog nie gedaan han mee ’t koren te binden. En ze kwamen en tons (dan) moesten me (we) mosten (mochten) niet kijken en me moesten plat liggen. En jong, op gene minuut was alles gedaan en gebonden.
Beschrijving
Wanneer de mensen tijdens een onweer nog niet klaar waren met het bijeenbinden van de oogst, lieten ze vaak de rode mannetjes komen. De mensen moesten dan op de grond gaan liggen met hun handen op hun hoofd. Ze mochten onder geen beding kijken. In een mum van tijd zorgden de rode mannetjes ervoor dat het werk gedaan was.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
1.2 Aardgeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
11
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Maldegem   
