Hoofdtekst
Twee stropers gongen 's avonds op een stuk zitten, ene aan deze kant en enen aan gene kant. In ene keer schoot er ene 'nen haas, en hij stak hem in de ransel. Toen kwam er weer 'nen anderen haas, wéér op die aan. En recht voor hem zette hij zich neer. Hij schoot, maar het geweer gong niet af. Hij schoot nog eens, en het gong wéér niet af: het ketste weer. 'Mer nondedju', zegt hij 'waat terdievel is mich tet?' En toen gong den haas op zijn achterste poten zitten: 'Sighans, boe beste?' riep hij. 'In sigransel' riep den andere terug, 'ich bèn vèèrig.' Die had de litsen kapotgebeten. 'Dan loupe ve mer allebei weg', zei den ene weer, en ze waren weg.
Onderwerp
SINSAG 0603 - Andere Begegnungen mit sprechenden Katzen.
  
SINSAG 0311 - Weisse Frau ist eine zurückgekehrte Tote.
  
Beschrijving
Twee stropers gingen 's avonds op hazenjacht. Eén van de stropers schoot een haas en stak die in een zak. Toen er een tweede haas kwam opdagen, ging het geweer niet af. Ook de volgende poging om het dier te treffen, mislukte. De haas ging op zijn achterpoten zitten en zei:"Zeg Hans, waar ben je?", waarop de geschoten haas antwoordde: "In de zak, maar ik ben klaar om te vertrekken." De geschoten haas had de zak stukgebeten en de andere haas zei: "Dan lopen we samen weg." Het volgende ogenblik waren de twee hazen verdwenen.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (bree en omstreken)
Spookhaas roept op geschoten kameraad: variant (As)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
As   
