Hoofdtekst
1.N wat Was dat dan met diegene, die ze in PosteL onthoofd hadden? 2. Dat Weet ik niet, Francine.1.N Daar was er ook ene, en dat Was eigenlijk een bandiet. Want daar gingen dan heel veel mensen naar kijken. En toen had hij gezegd: "Gij allen hier in de ronde, houdt allemaal een hondje, want daarvoor zijn we ooit heel veel deuren voorbij gegaan, voor een klein hondje". Dan baste dat hondje, en dan durfden ze niet binnengaan,hé.X Nee. 1.N Dat zei die mens toen, vertelde onze moeder. Toen was zij ongeveer acht jaar, toen ze die mens zijn hoofd afgehakt hebben.En daar waren ze naar gaan kijken.2. Ze waren van die honden niet bang, maar die verwittigden demensen, hé.X Wat hadden ze dan gedaan? Behoorde die tot een bende?1.N Dat was eigenlijk meer een bandiet, hoor. Ja, dat hoort ge wel,hé, ze gingen aan veel deuren voorbij omdat het hondje baste.(herhaalt de raad van de bandiet)X Waren er in de oorlog dan geen benden die kwamen plunderen?2. Hier niet. Men had dan de bende Nauwelaerts en in Vlaanderen had men dan ook een grote bende. Toen was ik nog heel jong, toen werden die pas gestraft, hoor. Toen werd de kop wel niet meer afgehakt.1.N Neen. Die uit Postel was de laatste.X Maar wat wilde ge daar juist vertellen? Dat was ook over een bende.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Een rover durfde geen inbraak te plegen in huizen waar men een blaffend hondje had. Tijdens de oorlog waren veel rovers actief, zoals bijvoorbeeld de bende van Nauwelaarts. In Postel zou ooit een rover zijn onthoofd.
Bron
C. Verheyen, Leuven, 1982
Commentaar
4. Historische sagen
antwerps (arendonk)
1N
fabulaat
Naam Overig in Tekst
bende van Nauwelaarts   
Nauwelaarts (bende van)   
Naam Locatie in Tekst
Arendonk   
Plaats van Handelen
Postel   
