Hoofdtekst
Aske zegt “’t zijn mijn beestjes” en hebben z’er ook geen macht op. Maar ge moet die mannen gerustlaten, hé, want anders en zal ’t niet baten, had de pater gezeid als hij dat t’onzend ontdaan had. En op ne keer kwam “Vorken” toe en dat was nog maar vijf uren van de morgen en mijne “pere” zat in ’t stal: “Ah, zijde hier?” vroeg Vorken. “Bij mijn koeikes, bij mijn beestjes”, zei mijne pere. “Wat komde gij hier doen?” “Voor mij een hand toe te steken” “’k en kan ‘k ik u geen hand toesteken, ’t en is nog maar vijf uren van de morgen, haast u dagge weg zijt”, zei hij.
Beschrijving
Een boer die om vijf uur ’s ochtends in zijn stal zat, zag een man aankomen, die zei: “Ah, zit jij hier?” De man antwoordde: “Ja, bij mijn koetjes, mijn dieren”. Als men dat zei, dan waren de dieren beschermd tegen toverij.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (denderstreek)
506
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Voorde   
