Hoofdtekst
2 -(tegen mij) Vraag maar op ze!I -Ah, en hebt ge ook nog zoiets gehoord van de maar, bijvoorbeeld, ge weet zoiets dat op u springt in de nacht en dan kunt ge niet goed meer ademen zo?2 -Ah, een beklemming? Ja.I -En wat wierd daar dan van verteld, was dat een heks of wat was dat?2 M -Dat was een weg of een straat die in den tijd ontweken wierd hé, niemand ging daar voorbij als het donker was of het een of ‘t ander hé. Hier in Velzeke had ge dat ook hé, in Velzeke achter het kerkje had ge zo’n klein wegeltje, de trapkes af dan ze zeiden, de trapkes hé en dat spookte daar gedurig, niemand ... Maar op die moment dat de revolvers boven kwamen was het rap gedaan.II -Was dat tegen het kerkhof?2 -Daar was een grafkelder en met een buisje bliezen ze daar boontjes of ‘t een of ‘t ander.II -Maar in Elene dierven ze toch ook niet langs de kapel daar naar beneden gaan langs het kerkhof, heb ik mijn vader nog horen zeggen.2 -Dat kan.II -Als die uilen daar zaten aan het kerkhof. Die uilen die altijd schreemden aan Moppie (Café).
Beschrijving
In Velzeke was vroeger een straatje met trapjes waar de mensen niet durfden te komen omdat het er spookte. Sinds er revolvers bestaan, is het evenwel afgelopen met de spokerij.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
2M
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Strijpen   
Plaats van Handelen
Velzeke   
