Hoofdtekst
Hier in de geburen woonde een heks, Netje C. Daar zegden ze dat van maar ge moogt dat niet opschrijven of ergens zeggen wat wij u dat zeggen. Ik geloof er niet gemakkelijk aan maar het is toch waar geweest, als ze daar binnenkwam dat ze daarna tegenslag hadden met hun vee, met hun koeien kapot of ziek. En dan besloten ze daaruit en dan staken ze een relikwietje onder de ingang, onder de zul van het heilig paterke maar in die tijd was dat nog zoveel niet. Dat begon toen pas, die verering. En daar kon ze dan niet over, zegden de mensen. Maar dat heb ik ook weer niet gezien. Maar die had de naam, allé kom, van de zwarte hand. Het was een heks, ik heb daar nooit iets van gezien. Die is ooit in huis geweest en ik woonde toen daar - zo (wijst) maar ik had ze liever niet gezien. Dat zat wel in de mensen, iedereen was wel zo een beetje afkerig maar ik kan niet zeggen dat dat vrouwmens iets - dat waren brave mensen - zuster en broer. De broer was surtout braaf, zo wat sukkelachtig maar de vrouw was zo een beetje canailleachtig. Net was wel zo niet, maar de moeder van Net, die deugde niet.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Wanneer de heks Netje C. in een stal was geweest, werden de dieren spoedig ziek. Om de hoeve tegen de heks te beschermen, stak men dan een relikwie van het heilig paterke onder de dorpel.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
2.1 Heksen
midden-limburgs
a
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Netje C.   
Heilig Paterke (Hasselt)   
Naam Locatie in Tekst
Hasselt   
