Hoofdtekst
Dat is gebeurd in Meeuwen. Ik heb dat vrouwmens nog goed gekend. Dat was ook een heks. Daar was op een plaats de mins krank. En op 'ne morgen komt de vrouw binnen en ze zegt: 'Vaaier, daar ligt 'ne schonen haas in den hof, zou ik hem maar binnen halen.' 'Ja', zegt hare mins, 'leg hem maar in de kelder. Straks komt de pastoor, dan kunnen we hem die meegeven.' En ze haalde hem, en hij was kapot. Ze droeg hem in de kelder in 'ne korf. Toen de pastoor kwam, vertelde ze hem dat. 'Da's goed', zei de pastoor, 'dien haas zou ik wel willen.' En ze wou hem uit de kelder gaan halen, maar hij was weg. Dat was die heks geweest.
Onderwerp
SINSAG 0543 - Hexe macht sich unsichtbar
  
SINSAG 0592 - Hexentier kann nicht getroffen werden
  
SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.
  
Beschrijving
In Meeuwen zag een meisje in de tuin een mooie haas liggen. Haar vader zei dat ze de dode haas uit de tuin mocht halen om hem in de kelder te bewaren voor de pastoor. Toen de pastoor enkele uren later langskwam, was de haas echter verdwenen. Het moet een heks zijn geweest.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tongerlo   
Plaats van Handelen
Meeuwen   
