Hoofdtekst
In den tijd gingen de mensen om water in ne put mee een wenne (riem) hé, en ’t er was hier een vrouwmens die ook ging, en iedere keer als ze ging zat daar ne zwarten hond op. En den dien hebben ze ook mee ne gewijde kogel afgeschoten, en ’t er was ook ne gebuur vermist! Dat waren mannen die mee den duivel ommegingen hé! En ze willegen hebben dat dien hond den duivel was.
Onderwerp
SINSAG 0933 - Begegnung mit dem Teufel, welcher verschiedene Gestalten annimmt.   
Beschrijving
Een vrouw zag altijd een zwarte hond wanneer ze water ging halen. Toen men met een gewijde kogel naar die hond had geschoten, was één van de buren vermist. Vroeger waren er mensen die met de duivel omgingen. Die hond moet een duivel zijn geweest.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
3.1 Duivels
oost-vlaams (denderstreek)
767
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ophasselt   
