Hoofdtekst
Vader had us verteld van den eeuwigen jagere. Rond ten twaalven ’s nachs riep ie us: "Me gaan ne keer naar buten." En me kosten hem horen. Ie riep achter zijn honden "Jago, Jago". Ie was verwenst van zijn ouders. Ie weunde in de lucht en ie liep daar olsan rond.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Een vader riep zijn kinderen omstreeks middernacht naar buiten om naar de eeuwige jager te luisteren. De eeuwige jager liep achter zijn honden aan en riep: "Jago, Jago!" Omdat hij verwenst was door zijn ouders, moest de eeuwige jager altijd ronddolen in de lucht.
Bron
G. Speecke, Leuven, 1959
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (menen en omstreken)
57
Kindertijd van de informant
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Dadizele   
