Hoofdtekst
Een sergeant-majoor wil wat beter letten op het taalgebruik binnen zijn peloton.
Tijdens het ochtend-appèl vraagt hij aan een soldaat: 'Zeg, van wie is die pet?'
'Die is van mijn,' zegt de soldaat.
'Nee', zegt de sergeant-majoor, 'die is van MIJ.'
'Ook goed,' antwoordt de soldaat, 'dan is die pet van u.'
(Op de Nationale Wetenschapsdag, 4 oktober 1998, ingevoerd in de computer op het Meertens Instituut te Amsterdam)
Tijdens het ochtend-appèl vraagt hij aan een soldaat: 'Zeg, van wie is die pet?'
'Die is van mijn,' zegt de soldaat.
'Nee', zegt de sergeant-majoor, 'die is van MIJ.'
'Ook goed,' antwoordt de soldaat, 'dan is die pet van u.'
(Op de Nationale Wetenschapsdag, 4 oktober 1998, ingevoerd in de computer op het Meertens Instituut te Amsterdam)
Beschrijving
Een sergeant-majoor wil wat beter letten op het taalgebruik binnen zijn peloton.
Tijdens het ochtend-appèl vraagt hij aan een soldaat: 'Zeg, van wie is die pet?'
'Die is van mijn,' zegt de soldaat.
'Nee', zegt de sergeant-majoor, 'die is van MIJ.'
'Ook goed,' antwoordt de soldaat, 'dan is die pet van u.'
Tijdens het ochtend-appèl vraagt hij aan een soldaat: 'Zeg, van wie is die pet?'
'Die is van mijn,' zegt de soldaat.
'Nee', zegt de sergeant-majoor, 'die is van MIJ.'
'Ook goed,' antwoordt de soldaat, 'dan is die pet van u.'
Bron
n.v.t.
Commentaar
4 oktober 1998
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20