Hoofdtekst
Ik heb nog horen vertellen, van hier beneden de kerk. En dat was een meetje. Ze stond in haar messing en ze bleef in die messing staan en de mensen zeiden omdat ze bleef in die messing staan: “O, laat ze maar staan, ze zal er wel uitgeraken.” Ze wilden dat hebben dat zij ook kon toveren. Ze heetten dat allemaal toverij.
Beschrijving
In Sint-Blasius-Boekel staond een oude vrouwtje in de mesthoop van haar boerderij. Omdat het vrouwtje daar maar bleef staan, geloofden de mensen dat ze kon toveren.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (zuiden)
98D
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Blasius-Boekel   
Plaats van Handelen
Sint-Blasius-Boekel   

