Hoofdtekst
‘k En nog e meistje geweten, iedere ki da ze gienk gon slapen, e lucht an heur kamer. Ze gienk gon kieken, mo ’t was do nietent. Ze zeggen, aa ze da luchtje moeten vien(den), ze zoe vermoard gewist zien.
Beschrijving
Een meisje zag altijd een licht in haar kamer wanneer ze ging slapen. Wanneer het meisje ging kijken, was er niets te zien. Als het meisje het licht zou gevonden hebben, dan zou ze vermoord geweest zijn, zo vertelde men.
Bron
M.-R. Nijsters, Leuven, 1969
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (nw van houtland)
30.11
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Gistel   
