Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MKEST0162_0162_30322

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

Te Biskops te Schusse was Jantje van ’t Hoogstraat en mijn vader koeier en iedere nacht lag er een paard of een koe dood. Mijn vader en Jantje moesten nu in de stalling slapen en met den tweeën van de nacht zagen ze al mee ne keer zes witte ratten. Dan hoorden ze muziek en ze zagen een wijf te paard. Ze zeiden dat tegen den boer en ’s nachts sliep hij bij ulder. Met den tweeën weer ’t zelfde. Den boer zag de ratten niet maar hij zag dat wijf te paard. Hij legde aan en schoot. Maar ’s morgens stond zijn maarte niet meer op. ’t Sleeg 8, 9, geen meisen te zien. Den boer ging kijken en zijn maarte lag dood. En dat was de geest van dat wijf die iedere nacht op dat paard zat.

Onderwerp

SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.    SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.   

SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.    SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.   

Beschrijving

Op een boerderij in Schorisse lag iedere nacht een paard of een koe dood. Twee mannen die in de stal de wacht moesten houden, zagen plots zes witte ratten. Ze hoorden muziek en zagen een vrouw te paard. De mannen vertelden aan de boer wat ze hadden gezien. De volgende nacht bleef de boer ook in de stal slapen. Hij zag de vrouw te paard wel, maar de ratten kon hij niet zien. Hij schoot naar de verschijning. De volgende ochtend lag de meid die op de boerderij werkte, dood in bed.

Bron

M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964

Commentaar

2.1 Heksen
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
360
Vader van de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Zegelsem    Zegelsem   

Plaats van Handelen

Schorisse    Schorisse