Hoofdtekst
Tist den Duvel moest ne keer mes brein en hij zou geren naar den Toog gegaan hên ook. En hij most nie gaan, as as de partije mes gebreid was. En as ’t ie op de partije kwam:“Ik de mijnenEn elk de zijnen!” zei ’t hij.En de partije was gebreidd en hij koest naar den Toog gaan.
Beschrijving
Een knecht die naar café Den Toog wilde gaan, mocht pas vertrekken nadat hij het veld had bemest. Toen de knecht op het veld kwam, zei hij: "Ik de mijne en elk de zijne". Het volgende ogenblik was het hele veld bemest en kon de knecht naar het café vertrekken.
Bron
R. De Geeter, Gent, 1952
Commentaar
3.1 Duivels
oost-vlaams (zuiden)
226
fabulaat
Naam Overig in Tekst
café Den Toog   
Den Toog (café)   
Naam Locatie in Tekst
Opbrakel   
