Hoofdtekst
X: En iets anders is ‘van de mare bereden zijn’ hé.20: Ah ja, dat is iets dat … ‘de kokkemare’ zeiden ze. Dat zijn nachtmerries hé.X: Ja.20: Nachtmerries. Ja, ik heb dat soms gehad.X: Ja? En hoe is dat juist?20: Ja, hoe is dat juist. Dat is lijk of er daar een hond, of een beest opkomt van je voeten naar je borst. Het kan gebeuren dat ze trekken (onverstaanbaar) hetgeen je ziet, dat ze trekken aan de deken met hun muil. Maar anders, als ze op je geraken, ik weet niet hoe dat gaat, hoor, eigenlijk, je kunt niet roepen, je kunt niet weg, je kunt lijk niets meer gow, tot je vrij geraakt.X: En je kunt er niets tegen doen?20: Wel, je kunt er niets tegen doen… je zult zeggen, het is kinderachtig hé, ik heb soms een Onzevader gelezen ertegen. Ik heb het nooit meer.X: Nee.20: Ik heb het nooit meer. Maar vroeger, de mensen zaten op de daken, ’s avonds, en ze schreeuwden omdat ze bang waren voor de mare.X: Ja?20: Ja, het scheelde erg vroeger.X: Ja, was dat zo erg?20: Ja.: En je hoort dat nu niet veel meer hé.20: Nee, nee. Ja de wetenschap is sterk geworden hé.X: Ja… ja, het zal dat zijn hé.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Mensen die door de maar werden bereden, hadden het gevoel alsof er een beest van hun voeten naar hun borst kroop. Soms trok het beest met zijn muil aan de dekens. Wanneer men door de maar werd bereden, kon men niet roepen of bewegen. Een man bad een Onzevader om zich tegen de maar te beschermen.
Vroeger waren er mensen die op de daken zaten te huilen uit angst voor de maar.
Vroeger waren er mensen die op de daken zaten te huilen uit angst voor de maar.
Bron
M. Sohier, Leuven, 1982
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (poperinge)
20D
memoraat
Naam Overig in Tekst
Onzevader   
Naam Locatie in Tekst
Poperinge   
