Hoofdtekst
Da was ’n kiendje en ’t schreemde dag en nacht en in de plekke van te groeien krempte ‘t. ’t Kwamen twee schooinunnen roend en ze zeien: “’t Ligt ne kwaan hand ip da kiend, je moet het doen belezen”. Ze goengen met hem no Steenbrugge en z’en hem daar an de voet van ’t altaar geleid en belezen en ’t was gedaan. Da was Guustje Lampe en je leeft nu nog.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Op een boerderij had men een kindje dat dag en nacht huilde en dat kleiner werd in plaats van te groeien. Op een dag kwamen er twee nonnen op bezoek, die zeiden: "Het kind is door de kwade hand geraakt. Je moet het laten overlezen". Nadat men het kind in Steenbrugge had laten overlezen, genas het.
Bron
M. Vander Cruysse, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (n van brugge)
322
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Moerkerke   
