Hoofdtekst
Dat is echt geweest wat ich nu zeg. Dat woer een historie van onrechtvaardig goed. Dat woer ene grote broer [boer?], die had knechts en meiden. Er had ene felle goeie knecht die woer al enige jaren do en toen zijn zijn ouders gestorven en is daarin gekomen. Hij werd krank maar alles gong op zijn oud, met de meesterknecht zieste. Toen is die gestorven en voordat er stierf zei er: 'We gaan een testament maken' als hij dood woer, dat de knecht alles erfde maar dat hij moest trouwen met zijn vrouw. 'Dan biste goed', zei er. Zijn vrouw zei niks. En de neef koem op de begrafenis en ze vertelde hem dat. - Och gooi alles in de stoof, zei die maar ze deed dat toch niet graag.- Weet ge wat, zegt ze. Do staat ene boom neven 't huis. Op enen avond steken we dat testament eronder. Ze trouwde met de neef maar alles begon maar kapot te gaan. De vrouw had al eens gezegd: 'Ich ga toch eens naar de paters.' Ze vertelde hem (pater) dat alles kapot gong. Die zag wel dat de kooi hand do woer. 't Woer get (een tijdje) gedaan, en toen kwam het weer in de paardenstal. De vrouw weer naar de paters. Enen andere pater kwam en die zag wel dat het do niet pluis was. De pater zei: 'Ich moet iemand bij mech hebben die niet bang is.' Ze zegden dan: die meesterknecht dat is ene brave, ene mens met geweten. Toen gongen ze de paardenstal binnen, hij en de pater en rond een uur of twee 's nachts ene ruis, zo get wei (gelijk) ene wind. Toen kwam zo een vals geluid en drie paarden vielen kapot aan de krip. Toen gong de pater weer naar huis. Er moest nog eens terugkomen en 's anderendaags vonden ze zo een gaatje in de muur. Do woer de ruis doorgekomen. En nu kwam de pater de 3de dag terug en er vroeg weer wei (gelijk) den eersten en tweede keer: 'Biste nie bang?' 'Neen', zegt de knecht, voor de duivels niet' - Jamaar, nu gaat 't ervoor (erom). Nu moeten we het spook vinden. Nu zal 't weer terugkomen tussen 12 en 1 uur en hoorste de ruis dan moeste (moest ge) met de bijl neven dat gat afslaan. Derste (durft ge) dat? - Ja, zegt er, zeker en vast. Er deed dat en er had hem getroffen. Ze gongen 't huis in en de vrouw vroeg ofdat de man niet bij hen geweest woer. Ze hadden hem niet gezien en toen goengen ze hem allen zoeken. Ze zochten alles af. Een kamer woor gesloten. 'Beuk dat maar eens in', zei de pater. 'Hier zal het te doen zijn.' En do in dat bed lag die man met een veeg in de nek. - 'Ja, hoe komt dat?' vroeg de pater. - Ja, zei de man, dat woer de kwade hand. - 't Is toch goed daste genade gevonden hebs bij Onze Lieve Heer en er zei: 'Gij zijt de geest' en toen bekende er dat hij dat alles moest kapot maken wat hij onrechtvaardig gekregen had. Ja, zegde er, de vrouw is ook hier. Graaf dat testament maar op en maak het mijn nu ook op de knecht en zij moest met hem trouwen en de pater moest daarvoor instaan. Dat is gebeurd op de winning kort aan de kerk. Ich kan ze niet noemen.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Een boer die op sterven lag, besloot een testament op te stellen ten gunste van zijn beste knecht. De knecht zou alles erven op voorwaarde dat hij met de boerin trouwde. Tijdens de begrafenis vertelde de boerin alles aan haar neef. Samen besloten ze het testament te verbergen onder een boom naast het huis. Sinds de dag dat de boerin met haar neef was getrouwd, had ze altijd ongeluk. Uiteindelijk liet de vrouw een pater naar de paardenstal komen. De pater vermoedde wel dat er iets niet in de haak was en liet zich vergezellen door de knecht. Omstreeks twee uur 's nachts was er een hevige wind in de stal en vielen er drie paarden dood. Toen de pater de volgende dag terugkwam, vond hij een klein gaatje in de muur. Op de derde dag sprak de pater tot de knecht: "Het spook zal komen tussen middernacht en één uur. Als we de wind horen waaien, moet je met een bijl langs dat gaatje in de muur slaan". De knecht deed wat de pater hem had opgedragen. Toen de pater en de knecht naar binnen gingen, kon de boerin haar man niet meer vinden. Hij lag op zijn bed met een snee in zijn nek. De man bekende schuld en liet alles vernietigen wat hij op onrechtvaardige wijze had verkregen. Hij gaf de boerin de opdracht om het testament op te graven en met de knecht te trouwen.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (bilzen)
322
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Veldwezelt   
