Hoofdtekst
Geert: De pastoors vroeger in het dorp, werden die soms geroepen om iets te wijden of zo, of om heksen…BN1: Ja, dat heb ik altijd horen zeggen van mijn grootouders.Geert: Wat vertelden die dan?BN1: [onverstaanbaar] En die mensen hadden een koe gekocht, in die tijd […] en die vrouw kwam daar altijd (over welke vrouw het precies gaat blijft onbekend. Het blijkt een heks te zijn) en die ging zo over dat beest. Geert: Met haar hand?BN1: Met haar hand. Die ging over dat beest met haar hand en zei dat ze van haar leven geen melk zou geven. En het was waar ook. Geert: Ja. En waarom had die vrouw dat gedaan, was die kwaad op die boer of zo?BN1: Neen, die kwam daar dikwijls. En op de duur hebben ze dan de pastoor aangesproken en ze hadden nog al iets voor gehad dat ze met haar hand over dan…en dat hing heel vol luizen.Geert: Vol wat? BN1: Vol luizen. Ik heb het ook maar horen vertellen van mijn grootouders. Awel, en dan had de pastoor gezegd: ‘Ge moet […] heiligdom halen en dat onder de dorpel steken.’ […] En toen hadden die dat onder de dorpel gestoken en als ge ze niet deed inkomen, kwam ze niet in. Die kon daar niet over.Geert: Die kon niet over die dorpel.[Irma vertelt dat ze nu nog naar het heilig paterke is gegaan om heiligdom te halen.][…]Vmr: Leven hier nog mensen waarvan ze zeiden dat ze een heks waren?BN1: Thuis woonde nog een oud vrouwke, dat was dan in Geetbets, en daar zei iedereen van dat ze een heks was. En wij waren nog maar kinderen en wij liepen voor daar te zijn. Wij kregen daar altijd een suikerbol. En als die iets moest hebben van legummen (groenten) of iets, dan kwam ze dat vragen en die bidde de eene noveen achter de andere. Voor ons dan hé. Maar wij hebben van ze leven niks aan de hand mee gehad, maar anderen mensen wel. Geert: Weet ge wat die andere mensen aan de hand hadden dan?BN1: Ja, sterfgevallen bij hun beesten en in huis en ook vlooien en luizen. Geert: En dat vrouwke is dat dan uiteindelijk gestorven of wat is daarmee gebeurd?BN1: Dat vrouwke is dan uiteindelijk gestorven. Oud zijnde. En wij liepen daar altijd heen als kind en bij ons was niks. Geert: En waarom vertelden de mensen dan, dat ze een heks was, als die altijd zo vriendelijk was voor u? BN1: Dat (omdat) die daar al iets mee voorgehad hebben. En mijn ouders zeiden: ‘Dat is maar een arm vrouwke.’ En als die nu kinderen verwachtte, dan kwam ze altijd groenten vragen en zo en mijn ouders die gaven daar geen geloof aan (aan dat het vrouwtje een heks zou zijn). Wij hebben van ze leven daar niks mee voorgehad. En dan zei ze: ‘Ik zal nu een noveen bidden voor dat, ge weet hoe dat vroeger was. We hebben van ze leven er niks mee voorgehad, maar andere mensen wel. […]
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een boer die pas een nieuwe koe had gekocht, kreeg bezoek van een vrouw die het dier over de rug streelde en zei: "Die koe zal nooit melk geven". De vrouw kreeg gelijk. Eerder was het ook al gebeurd dat de heks ergens luizen had gezet. De pastoor gaf de boer de raad om een heiligdom onder de dorpel te leggen zodat de heks niet meer binnen kon.
In Geetbets woonde ook een heks die de dieren deed sterven en vlooien en luizen zond. Die heks bad nochtans altijd een noveen voor de kinderen.
In Geetbets woonde ook een heks die de dieren deed sterven en vlooien en luizen zond. Die heks bad nochtans altijd een noveen voor de kinderen.
Bron
G. Verdickt, Leuven, 2002
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (zuiden)
N7
Grootouders van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nieuwerkerken   
Plaats van Handelen
Geetbets   
