Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

RCELI0337_0338_930 - De uitroeiing der Teuten

Een sage (mondeling), 1954

Hoofdtekst

Van de uitroeiing van de Teutenbende, dat heeft mijnen overnonk mij verteld. Op de Bankhielerhei is dat gebeurd. Daar was 'ne jong, Herman, heette die, en die huisde daar met zijn zuster. Daar was een groot water, want de Maas was groot. Dien Herman had 'nen hond, die had dikwijls mensen gered. 'Ik ga eens langs het water op', zei hij op 'ne keer tegen zijn zuster, 'eens kijken of ik gene mens kan redden.' En den hond haalde er 'ne mens uit op het droge. Maar dien Herman was gevreesd door de bende. En dien hond redt de kap'tein van de bende. 'Den doffe', 'den doffe Klaas'. Die had een zuster, dien doffe Klaas en die werd wijs. 'Gij zijt ook bij de bokkerijers', zei ze. 'Spreek dat niet uit', zei hij, 'anders moet ik u kapot maken.' Zijn zuster was naar de pastoor geweest en doffe Klaas bekeerde zich. Ondertussen had de Teutenbende Herman gevangen gezet in de grotten. Den doffe, daar hadden ze het al niet meer op, die was verdacht in de bende. Die wisten ook dat Herman gene gemakkelijke was: doffe Klaas moest hem gaan halen. Toen hij bij hem kwam gaf hij hem het briefke van de pastoor dat hij zich bekeerd had. Ze moesten hem met gloeiende ijzers op zijn tong branden: ze hadden twee ijzers in het vuur gezet, en doffe Klaas moest dat doen. Maar hij zei tegen Herman: 'Als ik zeg: 'Wraak of verlossing', dan pakt ge een gloeiend ijzer, en dan slaat ge ze op hun gezicht, maar die de kegel aan heeft, die moet ge zeker kapot houwen.' Ze vochten wat voor de schijn toen ze binnenkwamen, en toen schreeuwde den doffe: 'Wraak of verlossing', en hij pakte zelf ook een ijzer en ze sloegen ze alle negen dood. Zo is de bende van de Teuten aan haar einde gekomen, vertelde mijnen overnonk altijd.

Onderwerp

SINSAG 1304 - Der dankbare Räuber.    SINSAG 1304 - Der dankbare Räuber.   

SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.    SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   

Beschrijving

Op de Bankhielerhei woonden Herman en zijn zus in een huisje dicht bij de Maas. Toen Herman op een dag met zijn hond vertrok, sprak hij tot zijn zus: "Ik ga eens wandelen langs de Maas om te kijken of ik niemand kan redden." Die dag redde Hermans hond een drenkeling, een zekere 'doffe Klaas' die kapitein van de Teutenbende was. Doffe Klaas ging naar een priester om zich te bekeren en Herman werd door de Teutenbende gevangen genomen. De bendeleden drongen er op aan dat doffe Klaas Hermans tong met hete ijzerstaven zou bewerken. Daarop ging Klaas naar Herman met het volgend plan: "Wanneer ik zeg 'wraak of verlossing', dan neem jij een gloeiende staaf uit mijn handen en dan slaan we de bendeleden dood." Zo is de Teutenbende aan haar einde gekomen.

Bron

R. Celis, Leuven, 1954

Commentaar

4. Historische sagen
limburgs (bree en omstreken)
Oom van één van de ouders van de informant
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Herman    Herman   

Klaas ('doffe Klaas')    Klaas ('doffe Klaas')   

Teutenbende    Teutenbende   

Naam Locatie in Tekst

Opoeteren    Opoeteren   

Plaats van Handelen

Bankhielerhei    Bankhielerhei   

Maas    Maas