Hoofdtekst
In Rummen woende een ât menneke. Dieje goenk no de merk bê botter en eiere. Hê vond onderweg nen roeien tessendoek en stak hem in zen môl. 's Nachs kâme ze on zen deure en vinsters kloppe omdatter mieje zou gôn spoke. De man goenk no de pestoer en dieje zee datter diejen doek zoe in zenne zak mos steke, datter hê uitviel zonner da hâ het wist. Zoe is dieje mins da kwêetgerôkt.
Onderwerp
SINSAG 0752 - Zauberbuch kann nicht verbrannt oder weggegeben werden: Zauberer lässt es stehlen.   
Beschrijving
Een oude man uit Rummen ging naar de markt met boter en eieren. Onderweg zag de man een rode zakdoek liggen. Hij raapte de zakdoek op en stak die in zijn mond. De volgende dag was de man doodsbang toen hij op de ramen en de deuren geklop hoorde, terwijl iemand hem vroeg of hij mee ging spoken. Op aanraden van de pastoor stak de man de zakdoek in zijn zak, zodat die vanzelf op de grond zou vallen. Enkel op die manier kon de man de betovering kwijtraken.
Bron
M. Hermans, Leuven, 1966
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (herk-de-stad)
824
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Schakkebroek   
Plaats van Handelen
Rummen   
