Hoofdtekst
Een man was gestorven en opgebaard. Men moest er de wake bij houden. Een gebuur, een schoenmaker, aanvaardde te komen waken op voorwaarde dat hij 's nachts mocht voortwerken. Dat werd hem toegestaan. Hij was aan 't kloppen en aan 't hameren en plots kwam de dode overeind en zei: 'Bij een dode werkt men niet.' De schoenmaker antwoordde: 'En een dode spreekt niet.' Hij gooide met zijn hamer neer het hoofd van de dode die voor goed dood was.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Een schoenmaker had aangeboden om 's nachts bij een gestorven buurman te komen waken op voorwaarde dat hij ondertussen mocht verderwerken. Terwijl de schoenmaker aan het werk was, kwam de dode plots overeind en zei: "Bij een dode werkt men niet". Daarop antwoordde de schoenmaker: "En een dode spreekt niet", en hij gooide zijn hamer naar het hoofd van de dode, die nu voorgoed dood was.
Bron
M. Hermans, Leuven, 1966
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (herk-de-stad)
325
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Herk-de-Stad   
