Hoofdtekst
Den ouden Henri Fransse, mijn grootmoeder Katriene en X en X hebben hem geleed naar de kerke en zijn laatste dagen, de vensters sloegen open en toe, ’t waren lijk kanonschoten. En ’t hebben twee geestelijken moeten komen.Hij stoeg te desschen (dorsen) in een scheure en hij zei tegen zijn maat: “Tegen dat ’t achte is, ’t gaan vijf voeteuren passeren en dat gaat iedere keer vijf sous zijn”. En dat was vele overtijd, de menschen verdienen maar één frank te weke. En als ’n ging doodgaan, zijn hond zat op de voute van boven op den trap en huilen omdat zijn baas niet weg en kunde. ’t Heeft een kapelaan en een vreemden hem bekeerd, als ’t consecratie was, hij muchte niet ommekijken en ’t schuifelde schone, anders hij ging deraan zijn, zijn hals gebroken. En ieder keer dat de paster etwod zei, hij was een meter achteruit gesmeten en ’t zweet liep in pensen van hem. Maar hij heeft niet lange meer geleefd achterna.
Beschrijving
In Proven woonde een framasson die een mooie hond had. Toen de man op een dag aan het dorsen was, voorspelde hij dat er tegen acht uur vijf koetsen zouden voorbijkomen, die elk vijf frank brachten. Op zijn sterfbed werd de framasson bekeerd door een kapelaan en nog een andere geestelijke. De kapelaan zweette hevig en werd een meter naar achteren gegooid telkens wanneer hij iets had gezegd. De ramen van het huis sloegen open en dicht en maakten een geluid dat leek op kanonschoten.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
3.2 Vrijmetselaars
west-vlaams (franse grens)
513
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Proven   
Plaats van Handelen
Proven   
