Hoofdtekst
De Bokkerijers hadden allemaal ene bok, hein, en as ze weggingen dan gingen ze t' rop zitten, hein, dan moesten ze zeggen 'over heggen en hagen' en dan vloog die bok voert, roef! in ene keer! en voer hen over heggen en hagen. Mè doa was ene nog nie lang in gekomen, hein, met die klik (= bende) van de Bokkerijers, en die zei in plak van 'over heggen en hagen', 'door heggen en hagen' en toen waster heel verscheurd, zijn kleer (= kleren) en alles weiter (= toen hij) aankwam.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Een man die pas lid was geworden van de bokkenrijders, vergiste zich bij het uitspreken van de toverformule. In plaats van "over heggen en hagen", zei de man "door heggen en hagen". Toen de man aankwam, was hij erg gewond.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (tongeren en omstreken)
205
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Millen   
