Hoofdtekst
Ze zagte dèk, dae z’ne stool neet aan ene kant zat, dan ziejt dich de maar. Het sjiejnt dat die ’s nachs niks koste, dat ze zoe stief in ’t bèd loëge. Die koste neet rope, die koste zich neet bewaege.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Wanneer men 's nachts door de maar werd bereden, kon men niet roepen of bewegen. Als men geen stoel naast z'n bed had gezet, kon men door de maar worden bereden.
Bron
J. Venken, Leuven, 1968
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
limburgs (maasvallei)
78 (4)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Heppeneert   
