Hoofdtekst
Ne weerwolf ik weet da van mijn vra. Da was ene dieje vanne kermis terugkwam en hij moest zijn kommissie doen en dat hem zijne zakneusdoek gaf. En as hem thuis kwam had hem de zakneusdoek nog tusse zijn tanne. Want da was ne weerwolf. En toen vroeg hem een haarspier en ze gave geen en hij pakte een uit de teems en de teems danste hem van achter no.
Onderwerp
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
Beschrijving
Een man die samen met zijn vriendin terugkwam van de kermis, kondigde aan dat hij even een boodschap moest doen en gaf het meisje een zakdoek. Toen het paar thuiskwam, stelde het meisje vast dat haar vriend de vezels van de zakdoek nog tussen zijn tanden had.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
1.6 Weerwolven
antwerps (grensgebied kempen-hageland)
643
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Veerle   
