Hoofdtekst
Een reactie van Everard Mattheus (Rillaar, ° 27/01/1929) op informant 2.Als een spookverhaal of zoiets, maar wel gepleegd door mensen die min of meer geestesgestoord zijn. Normale mensen zijn dat niet. En ik ga één geval vertellen. Ik kende een geval en die man leeft nog en die woonde op een (?), aan de noordkant dus. En die had regelmatig… af te… die kon zijn eigen dus afzetten tegen… die had in weinig mensen nog vertrouwen. Wat deed die? Die had aan de ingang van zijn boerderijtje dus potjes hangen met wijwater in. Dus dat wijst er al op dat die man dus met zaken bezig was. Ik heb vernomen uit welingelichte bron dat die zelfs rondkroop in het huis met een kruisbeeld. Om welke reden dat weet ik niet, maar allemaal had dat te maken met ideeën die hij in zijn hoofd stak. Die heeft zo het een en ander uitgestoken. Ik was daar zeer goed bevriend mee. Dat was een mens, een boer, en ik ben daar veel jaren aan de deur geweest in die tijd dat zijn vrouw. Want hij woonde in het huis van zijn vrouw en de ouders van zijn vrouw, en die is daar gestorven. Maar toen, als kind, ben ik daar honderden keren geweest. Maar toen waren die natuurlijk nog niet getrouwd. Maar dan trouwden die, en dan stierf die vrouw. En dan hoorden we altijd van die man zeggen: "Ja, die zet toch toeren uit, dat kan je niet geloven." Dus, die lag dus in kweddelen (had ruzie) met iemand die daar een veld had met aardbeien. En dat ging dan … dan werd er een kruis gezet en dan… Ik heb dat allemaal niet met eigen ogen gezien, maar toch weet ik dat. En ik kwam daar regelmatig aan de deur, zomaar omdat het een buitengehucht was en dan kon ik gemakkelijk eens met die man praten. De bedoeling was ook voor dat leven zo een beetje te leren kennen, zonder dat je dat nadrukkelijk aan die gast kan vragen: "Zeg, hoe is het?" Maar ik had dan ondervonden…Maar op een zekere keer, het is nu misschien een jaar of vier geleden, kom ik daar toevallig met de fiets. Ik zeg, ik rij eens rond en ik wip daar binnen. Wat krijg ik daar voor? Die man komt buiten, die nooit tegen mij geen woord gezegd had, kwaad of iets. Die zegt: "Allé," zegt hij, "maak dat je van het huis bent." Ik zeg: "Allé jongen, ben je er nu mee aan het lachen of wat scheelt er nu?" "Als je niet maakt dat je weg bent, haal ik mijn revolver, mijn tweeloop, en dan schiet ik je dood." Ik heb maar wijselijk af… Wat is er nu gebeurd? Achteraf is gebleken dat hij eens een keer bij de bakker hier stond en ik langs de auto doorgegaan ben, omdat de wagen daar ook geparkeerd stond. En dat nam die kwalijk en zegt: "Jij hebt daar iets aan die auto gedaan." Natuurlijk, ik heb daar geen macht over, maar hij had dus zo van die ideeën. Die raken al aan dat spookachtige, maar voor mijn gevoel is dat toch een beetje niet in orde in zijn hoofd. En ik ben daar nooit meer geweest. En dan een gevalletje daar nog. Op een zekere moment vermoedt hij daar, of ziet hij daar in zijn gedachten een brand. Hij verwittigt de brandweer van Aarschot, de brandweer van Aarschot. Die komt daar aan en daar is natuurlijk geen vuur. Dan hebben die mannen gezegd: "Zeg manneke, dat is de laatste keer, of je gaat betalen." Ondertussen is hij wel minder geworden. Dan ben ik naar zijn familie geweest, naar de broer van zijn vrouw. Ik zeg: "Dat heb ik voorgehad, wat moet ik daarmee doen?" "Weet je wat," zegt hij, "blijf daar stilletjes weg, dan zal je niks in de haak krijgen." Meende die mens dat nu echt, maar aan zijn kwaad zijn vermoed ik… En ik ben daar opgestapt, en ik kwam daar zo dikwijls aan huis. Zitten die mensen nu iets .. Die was zeker ’s nachts bezig met bepaalde zaken, dat weet ik zeer goed. Onder andere de pastoor van Rillaar die is daar zeker twee, drie keer geweest om te overlezen. Dus die werd geroepen en de pastoor heeft dat ook gedaan. Ik heb dat ooit alleen maar laten bevestigen door hem omdat je niet, je wilt over dat geval niet beginnen en een geestelijk zou daar ook niets van loslaten. Die is daar zeker drie keer geweest. Meer weet ik van dat geval niet, maar ik denk: toch kunnen we dat nog in die sfeer situeren. Ik denk het niet, maar toch is er iets dat wijst naar vroeger. Dus die zou rondkruipen in het huis met een kruisbeeld en al. Waarom dat weet ik niet, is dat nu om boete te doen. Maar die had in bepaalde mensen dus geen vertrouwen niet meer. En wat ik hem misdaan heb, hij beweerde dus dat ik iets aan zijn auto, niet stukken gemaakt maar overlezen of wat ook. Versta je? Hij zou nooit verdragen hebben dat je achter hem in de kerk zat. Ik ben ooit geweest dat ik achter hem in de kerk zat en dat wrong hem, versta je. Nu zie ik hem niet meer in die kerk. Dat is nog een mens, ongeveer van mijn leeftijd, dat is het enige. Wat is daar nu van voortgekomen? Men laat die mens nu gerust. Die wordt natuurlijk door Aarschot, door de brandweer, als er zo nog eens iets gebeurd, dan heeft die raak. Dan pakken ze die vast en dan zetten ze die in Lovenjoel of wat ook. Ze hebben die verwittigd. Ik zie die man dus nog zelden in het dorp, ik kan er ook niets meer tegen zeggen. Maar die betrouwt mij niet. Begrijp je dat. (…) Maar de pastoor is daar zeker geweest bij die mens, dat weet ik zeker. En die heeft daar zijn gebeden gedaan en weet ik nog wat allemaal. En dat is ’s nachts gebeurd, die is ’s nachts kunnen gaan. Op vraag van hem. Die man leeft nu zo een beetje aan de zelfkant. Hij woont daar ook heel… hoe moet ik het zeggen… eenzaam. Die weg loopt daar ten einde, daar is geen verkeer en nu durf ik daar niet meer heen gaan. Maar de bedoeling van mij was toch: daar is stilaan iets los. Want zijn tegenkameraad, die had daar een veld, lijk dat ik zeg. En dat waren dus twee van datzelfde kaliber. En ja, daar is daar ooit sprake van geweest van ja. Heeft die man daar een kruis gezet op die zijn veld of wat weet ik allemaal. Maar van het ogenblik dat die mensen dat je niet vertellen en je kan dat zo niet vragen. Maar zijn familie heeft dus gezegd: "Blijf er weg jongen."
Beschrijving
Een man die heel achterdochtig was, had bij de ingang van zijn boerderij potjes met wijwater gehangen. Die man kroop in zijn huis zelfs rond met een kruisbeeld. De man trouwde met een vrouw, waarna het echtpaar in het huis van de ouders van de vrouw ging wonen. Kort daarop stierf de vrouw.
Een jongen die vaak bij de man op bezoek kwam, werd op een dag brutaal weggestuurd. De jongen was bij de bakker een keer voorbij de auto van de man gelopen en de man verdacht hem ervan iets aan de wagen te hebben mispeuterd. Op zekere dag verwittigde de man de brandweer van Aarschot omdat hij in gedachten ergens een vuur had gezien. De brandweer kwam ter plaatse, maar er was geen vlammetje te bespeuren. De pastoor van Rillaar is zeker twee of drie keer bij die man geweest om hem te overlezen. De man wilde nooit dat er iemand achter hem zat in de kerk.
Een jongen die vaak bij de man op bezoek kwam, werd op een dag brutaal weggestuurd. De jongen was bij de bakker een keer voorbij de auto van de man gelopen en de man verdacht hem ervan iets aan de wagen te hebben mispeuterd. Op zekere dag verwittigde de man de brandweer van Aarschot omdat hij in gedachten ergens een vuur had gezien. De brandweer kwam ter plaatse, maar er was geen vlammetje te bespeuren. De pastoor van Rillaar is zeker twee of drie keer bij die man geweest om hem te overlezen. De man wilde nooit dat er iemand achter hem zat in de kerk.
Bron
T. Bergen, Leuven, 2003
Commentaar
2.2 Tovenaars
vlaams-brabants (groot-aarschot)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Rillaar   
Plaats van Handelen
Aarschot   
Rillaar   
