Hoofdtekst
Jan Troe van boer Jaan kon ook overlezen, maar die moest daar fel mee strijen. En op ne keer was 't zo erg, dat ie 's avonds niet meer voortkos. Ze lieten hem niet met rust en ie moest daar zo tegen vechten dat ie niet meer thuis geraakte. En Jan zei: "Ik heb dat overlezen geleerd van mijn vader; die kon dat ook en die heet dat aan mij geleerd. En als er dan zo enen komt om te laten overlezen dan komen er direkt daarna nog ander ook. Dan komen ze met veul ineens. En dan komen er ineens geen meer." Dat is toch eigenaardig, eh!
Beschrijving
Een man die van zijn vader had leren overlezen, geraakte op een avond niet meer voort omdat men hem niet met rust liet.
Bron
W. Luyts, Leuven, 1956
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps ('land van turnhout')
229
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Turnhout   
