Hoofdtekst
Toverboek en omgang met de duivel.Ik moest ne kiër van mijn moeder bezen gaan trekken, en ‘k moest meegaan met ne man die mij zou helpen, ’t was in den hof van madame Van Geertruyen.Maar ik wou nie, want ‘k had van die man altijd huëren zeggen dat da ne spuëker was. Die man had boeken, die ’t hem op de markt gekocht had, da waren boeken die nie zedig waren, hij las ten die boeken, en as hem die leesde, zetten hij hem in den donkere en kost hem den duivel op ’t kesken (de duivel verscheen in de vlam van een kaars) doen kommen.
Beschrijving
Een meisje moest van haar moeder samen met een man bessen gaan plukken. Het meisje deed dat niet graag omdat men over die man vertelde dat hij op de markt onzedige boeken had gekocht. Wanneer de man in die boeken las, ging hij in het donker zitten en kon hij de duivel in een kaarsvlam doen verschijnen.
Bron
V. Van Onsem, Leuven, 1967
Commentaar
2.3 Toverboeken
oost-vlaams (waasland en dendermonde)
248
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Belsele   
