Hoofdtekst
‘k Gon e keer etwot vertellen en dat is de waarheid wè. We zaten in Brussel, in Jette, en me voerden wieder dor. En ’t wos dor e keer een geld gepakt. En zo dat ging niet meer om te werken voor d’andre. ’t Wos dor een van Staân, Jules Bas, die up den tram zat of up den autobus enne zegt: "’k Zoen ik e keer nor de waarzegger gon." Me zeggen: "Dat zijn fabels." Mor dat woren geen fabels wè. Die waarzegger zei dat ze ’t ging werebringen mor dat ze mor tachtig frank meer ging èn. En o ’t uutkaam, ’t wos e vromens die met die tachtig frank werekaam. Me mosten ook nog twee keersen brannen in e kapelletje tusschen Koekeberge en Jette. Den dien die nor de waarzegger geweest hadde wos gezeid datten moste werekeren om te betalen of datten anders vele ging tegenkommen. Ze woren zieder gezeid tegen dien Staânare datten ging versmoren in Rijsel. En mezierelinge (inderdaad), ’t wos ezo.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
In Jette stelde een man vast dat iemand geld van hem had gestolen. Een man uit Staden die in de tram of in de bus zat, zei: "Ik zal eens naar de waarzegger gaan". Toen de man dat had gedaan, zei hij: "De dief zal het geld terugbrengen en je zal tachtig frank extra krijgen. Je moet twee kaarsen branden in een kapelletje tussen Koekelberge en Jette". Een tijdje later kreeg het slachtoffer van de diefstal inderdaad zijn geld terug van een vrouwtje, die hem tachtig frank extra gaf. De man uit Staden had de dievegge gedwongen om het geld terug te geven en gezegd dat ze anders veel ongeluk zou krijgen. De man uit Staden had van een waarzegger te horen gekregen dat hij zou verdrinken in Rijsel. Die voorspelling kwam uit.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (vrijbos)
195B
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Jules Bas   
Naam Locatie in Tekst
Hooglede   
Plaats van Handelen
Staden   
Jette   
Rijsel   
Koekelberge   
