Hoofdtekst
Dat was in de maneschijn en de stof die lag, het was zomer hè. En de bieten die stonden zo hoog als dat (gebaar). Daar komt een kwakvos (= kikker) op mij aangesprongen en daar moest ik nu eens niks van hebben en ik stampte naar hem. En ik keek opzij. Steekt daar een kat haar kop boven de bieten uit, zó hoog (gebaar). Ik dacht in mijn eigen: dat is een heks. Ik stampte die kwakvos in de bieten en juist daar steekt een kat hare kop uit de bieten. En ik ging stillekens door, ik liet dat zitten. Ik heb nochtans zeleven geen bang gehad, dat niet! Maar daar had het geen goeie naam hè, nu nog niet. Hier in de Bouquetstraat dat heeft zeleven geen goeie naam gehad. Nooit niet!
Onderwerp
SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.
  
Beschrijving
Een man wandelde bij maneschijn door de Bouquetstraat, toen hij plots een kikvors uit de bieten zag komen. De man stampte naar de kikker. Het volgende ogenblik verscheen er een kat tussen de bieten. Het moest een heks zijn geweest.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
2.1 Heksen
midden-limburgs
a
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Diepenbeek   
Plaats van Handelen
Bouquetstraat (Diepenbeek)   
