Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

STOP0169_0169_21071

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

Tusschen Beveren en Roeselare wos er e kasteel. ’t Wunden dor twee gebroers up. En ze kwamen nooit overeen. Ze kwamen oltijd in kweste. En up e zekere keer, dat kasteel wos verzoenken. En die twee joenkheiden woren gestraft. Ze mosten zieder ’s nachts roendlopen met ketens an mekors geboenden. ’s Navonds ten elven zein ze tegen e vint an de kerke dat ze mosten overeenkommen want dat ze zieder gestraft woren omdat ze nooit overeen kwamen. Dat e toen gebeurd. ‘k En dat horen vertellen van Stanten Van Berghe. ‘k Wrochte ik dor. O ’t verzoenken wos, wos er e waterput.

Beschrijving

Tussen Beveren en Roeselare stond een kasteel waar twee broers woonden, die altijd ruzie maakten. Op zekere dag is dat kasteel verzonken. Die twee broers moesten voor straf 's nachts rondlopen terwijl ze met kettingen aan elkaar waren gebonden. 's Avonds om elf uur zeiden ze tegen een man bij de kerk dat ze moesten leren met elkaar op te schieten want dat ze voor hun geruzie waren gestraft.
Op de plaats waar het kasteel was verzonken, was een waterput.

Bron

S. Top, Leuven, 1964

Commentaar

4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
85F
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Woumen    Woumen   

Plaats van Handelen

Beveren    Beveren   

Roeselare    Roeselare