Hoofdtekst
Maschelijne, zij hadde een brief gekregen van een toverege en ’t stond daarin dat ze ’t moeste overgeven aan zeven andere families, dat ze anders al ’t ongeluk ging hebben. En ze ging naar ’t oude pastertje: “Smijt dat in de stove”, zei hij. En ze ging toen naar de deken van Steenvoorde, dat was een helen machtigen, en als ze half route kam, den keten van neur velo was gebroken, en ze gin binnen in een huis en ze vroeg een anderen velo, en als ze aan Steenvoorde kam, neur asem was lijk toegehaald.Als de deken den brief las, de druppels zweet likten (leekten) ossan van hem.Heur joengens schreeuwden ossan, en den deken zei dat dat wuf een kusje (kussentje) hadde vul met naalden, en als ze stijf instak, dat die naalden staken aan de joengens. En den deken heeft nog vele gewijgd gegeven. “En nu gaat ze niet meer binnenkomen”, zei’n, “’t gaat lichte (algauw) etwod haperen ermee”. En z’heeft geslagen geweest van een attaque. En egen dat ze ging doodgaan, ’t heeft nog een endje geduurd, ze schruwelde derachter en neur toenge hong op neur borst, danig dat ze ruze (moeite) hadde om dood te gaan. “Een groot geluk”, zei den deken, “dat je dien brief naar mij gebracht hebt”.
Onderwerp
SINSAG 0531 - Peinhexe quält einen Menschen mit einer Puppe, in welche sie Nadeln steckt.
  
Beschrijving
Een vrouw had een kettingbrief gekregen van een toveres. In de brief werd de vrouw gevraagd om de boodschap aan zeven andere families door te geven. Als de vrouw dat niet deed, dan zou ze ongeluk krijgen. Van de pastoor kreeg de vrouw de raad om de brief in de kachel te gooien, maar dat durfde ze niet. Toen de deken de brief las, rolden de zweetdruppels van zijn gezicht. Omdat de kinderen van die vrouw de hele tijd huilden, zei de deken dat de toveres een speldenkussen bezat. Telkens wanneer ze een speld in dat kussen stak, hadden de kinderen pijn. De deken gaf de vrouw iets gewijds en voorspelde dat er iets zou gebeuren met de toveres. Een tijdje later kreeg de toveres inderdaad een hartaanval. De toveres had zoveel moeite om te sterven dat haar tong op haar borst hing.
"Een groot geluk", sprak de deken tot de vrouw, "dat je die brief naar mij hebt gebracht".
"Een groot geluk", sprak de deken tot de vrouw, "dat je die brief naar mij hebt gebracht".
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (franse grens)
281
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Houtkerke   
