Hoofdtekst
Daar waren mensen, dat ze een koe hadden die penspijn had, zegden ze toen. En die deed zo lelijk en toen zegde vader: 'Ik ga naar die man, die kan dat genezen.' En vader 's nachts over de berg, dat was naar Fernand zijn stiefvader: Tijske Martens. En als daar vader aankwam, hoefde hij maar te zeggen wat haar dat die koe had. 'En bid maar onderweg als ge teruggaat en de koe is genezen', zei hij. En ze was genezen ongeveer de tijd dat pa aan het huis was.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een man wiens koe ziek was, ging te rade bij Tijske M., de stiefvader van Fernand. De wonderdokter sprak tot de man: "Bid maar op de terugweg. Wanneer je thuiskomt, zal de koe genezen zijn". Zo gebeurde het ook.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
2.2 Tovenaars
midden-limburgs
g'
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Tijske M.   
Fernand   
Naam Locatie in Tekst
Genk   
