Hoofdtekst
Aan de 'Groemelingestraat' in Neerrepen, was ene zwatte hond. Ich en Nol, wij waren bij de kleermaker gewees(t) en we hadden ene hond met ons en doa was zo maar e smal baanke voor te gaan op de 'kriezel' (= kiezelweg), de sneeuw lag hoog, wor! En aan de 'Groemelingestraat' was ene schijn, dat zag zje! Mè we gingen door... Ich zei al niks tegen Nol en Nol zei ook niks tegen mich ... mè terna wel. We hadden dat wel gezien, en dien hond wa met o(n)s was, die had zo bang, hein. Anders gingter altijd voor ons op, mè toen gingter a(ch)ter ons noa en he bloasde (= blies) 'hn,hn...' en he snoevde (= snoof). En iet wij(d)er, aan 't land van Ida - doa stond ene dikke boom alleen op den hoek van 't land - doa vloog iet van de boom af en toen ging den hond weer voor o(n)s op. Da's waar gewees(t) ze!
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
In de Groemelingenstraat in Neerrepen zat vaak een zwarte hond. Op een dag keerden Frederik en Nol met hun hond terug van de kleermaker. In de Groemelingenstraat zagen ze een vreemde schijn. Hun hond, die anders altijd voorop liep, was erg bang en liep achter de mannen aan. Wat verderop zagen ze iets wegvliegen van de boom die op het veld van Ida stond. Op dat ogenblik liep de hond weer voorop.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
560
memoraat
Naam Overig in Tekst
Nol   
Frederik H.
Henno (Frederik)
Henno (Frederik)
Ida   
Naam Locatie in Tekst
Diets-Heur   
Plaats van Handelen
Neerrepen   
Groemelingenstraat (Neerrepen)   
