Hoofdtekst
Louis Vereecke was van niets gepijnd. Ne keer op nen avond lag Boetje Roels op de loer en hij trok ne keten uit den waterpit. Vereecke had ne waterduivel gezien. Hij dorste niet meer bewegen.
Beschrijving
Een man die nergens bang voor was, werd het slachtoffer van een grap. Toen de man voorbij een waterput wandelde, trok een grapjas stiekem een ketting uit de put. De man geloofde dat hij de waterduivel had gehoord en durfde haast niet meer te bewegen.
Bron
W. Van Houcke, Leuven, 1970
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (houtland)
47
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bovekerke   
