Hoofdtekst
Ene jong (= jongen) kerseerde (= vrijde) met e metske (= meisje) op de stevig (= steenweg) en 's avonds gingter terug thuis over de dreef af. Toen zagter een juffrouw met en zwat zije kleed aan en die ging gelijk hem op. Ze zei niks. Boven aan de brier (= barrière) ging ze op het kasteel aan en he dors(t) nie de baan vots (= voort) gaan en he ging de stevig rond.
Onderwerp
SINSAG 0310D   
Beschrijving
Een jongen die zijn vriendin was gaan opzoeken, kwam op de terugweg een juffrouw in een zwarte zijden jurk tegen. De juffrouw ging zwijgend met de jongen mee. Toen de juffrouw de weg naar het kasteel insloeg, was de jongen zo bang dat hij een grote omweg maakte.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
87
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Widooie   
