Hoofdtekst
En vanne kaarttafel. Ze ware eens aan ’t kaartspele. En do komt do ne vreemde achter staan en hij hielp nu den ene eens en dan den andere al eens. Ma nu viel er een kaart en do moest hem ene bukke veur die op te rape. En toen zage ze dat hem bokkevoete had en da ’t den duvel was. Do vloog iet deur ’t huis en toen was hem weg.
Onderwerp
SINSAG 0904 - Der vierte Mann. Teufel als Kartenspieler erkannt am Bocksfuss (Pferdefuss).   
Beschrijving
Enkele mannen waren aan het kaarten, toen er plots een vreemde man binnenkwam. De vreemde hielp nu eens de ene, dan weer de andere speler. Toen één van de kaartspelers zich bukte om een gevallen kaart op te rapen, zag hij dat de vreemde man bokkenpoten had. Het was de duivel. Even later zagen de mannen iets door het huis vliegen. Daarna was de vreemde man verdwenen.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
3.1 Duivels
limburgs (grensgebied kempen-hageland)
680
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kwaadmechelen   
